Site Overlay

Beeldende poëzie

Wat is beeldende poëzie?

Oefening in zelfbeeld #3 – Heeft er iemand Mijn Kind gezien?

Beeldende poëzie vertrekt vanuit liefde voor het woord én het beeld, het talige én het visuele. De link naar figuurgedichten zoals die van o.a. John Hollander of typografische gedichten zoals b.v. Paul Van Ostaijen wordt daarom snel gelegd. Maar beeldende poëzie is voor mij meer dan enkel dat. Het is een creatief zoeken in een spanningsveld waar de uitkomst niet bepaald wordt door de kunstvorm an sich: een woordbeeld moet dus niet per se uitgroeien tot een gedicht, maar het kan alle mogelijke vormen aannemen. Van een talig tot een grafisch werk, tot een 3D werk of installatie, tot een volledig uitgewerkte song. Het eindproduct van dat creatief proces wordt dus enkel bepaald door de grenzen van mijn eigen associatie met het oorspronkelijk idee dat het hele denkproces in gang zette. Daarom, het enige dat bij beeldende poëzie vaststaat, is het vertrekpunt.

Braille voor gevoellozen

Het uitgangspunt

Beeldende poëzie vertrekt steeds weer vanuit een poëtische gedachte. Een ruim begrip dat een woord kan zijn, een woordgroep of zin, maar evenzeer kan het een beeld, een idee of een concept zijn. Ook hier weer worden dus de grenzen enkel door mijn eigen denken opgeworpen. Toch zijn er drie basisvoorwaarden om van beeldende poëzie te kunnen spreken. 

Allereerst moet de poëtische gedachte ‘poëtisch’ zijn. Poëtisch in de strikt talige betekenis van het woord: dichtkunst, woordkunst. Deze gedachte kan een zinsnede zijn (‘Braille voor gevoellozen’), maar evenzeer het spelen met de betekenis van een samenstelling zoals ‘botervlootje’ versus ‘botervloot’. Een connectie met taal is dus voor mij noodzakelijk, een eerste uitgangspunt.

Botervloten
Botervloten

Daarnaast moet beeldende poëzie zich ook enten op de wereld zoals ik ze zie. Hetzij door een roze bril, hetzij door een halfleeg glas. ‘Botervloot‘ heeft dan ook een onderliggende kritische kijk naar onze huidige consumptiemaatschappij en de pollutie die daarmee gepaard gaat. ‘Braille voor de gevoellozen’ heeft vanzelfsprekend een politiek tintje.Toch moet die kijk op de wereld niet altijd buiten mijn eigen persoontje om liggen. Een steeds vaker terugkerend thema in mijn beeldende poëzie, is Oefeningen in zelfbeeld, een reeks waarin ik in plaats van de buitenwereld mezelf onder de loep neem. 

Tot slot is het voor mij erg belangrijk dat beeldende poëzie niet beperkt worden door haar uitgangspunt; de taal mag voor de kijker geen belemmering zijn. Door een extra dimensie aan de poëtische gedachte toe te voegen (visueel, ritmisch, conceptueel, typografisch…), wordt een beeldend poëtisch werk ook buiten de moedertaal van de dichter om toegankelijk voor anderstaligen. Niet elk talig aspect moet te vertalen zijn, maar het totaalbeeld geeft wel een gevoel mee dat een taalbarrière moet kunnen overschrijden.

Share